De zaak rondom Rahiied A. legde een pijnlijk en gevaarlijk lek bloot in de controlemechanismen van de Nederlandse gezondheidszorg. Het feit dat een jonge stagiair onopgemerkt maandenlang insuline kon stelen en toedienen aan kwetsbare ouderen, dwong de politiek, zorginstellingen en inspectie tot ingrijpende maatregelen. De sector moest veiliger, transparanter en beter beschermd worden tegen zogeheten ‘Engelen des Doods’.
1. Het Waarschuwingsregister: De Digitale ‘Zwarte Lijst’
De belangrijkste verandering na de zaak-Rahiied A. was de versnelde invoering en aanscherping van het Waarschuwingsregister Zorg & Welzijn (vaak de ‘zwarte lijst’ genoemd).
- Het probleem voorheen: Zorgverleners die wegens ernstig wangedrag, diefstal of mishandeling werden ontslagen, konden simpelweg bij een ander verzorgingstehuis solliciteren. Door privacywetgeving mochten oude werkgevers vaak niet zomaar details delen met nieuwe werkgevers.
- De oplossing nu: Sinds de wetgeving rondom de Vergewisplicht zijn zorgorganisaties wettelijk verplicht om bij elke nieuwe medewerker het Waarschuwingsregister te raadplegen. Als een zorgverlener hierin staat geregistreerd wegens een ernstige misstap, krijgt de nieuwe werkgever direct een blokkade of waarschuwing.
2. De Verplichte VOG voor Stagiairs en Uitzendkrachten
Rahiied A. kon toeslaan omdat hij als leerling-verpleger en stagiair relatief makkelijk door de mazen van de wet glipte. Instellingen vertrouwden vaak blind op de onderwijsinstelling.
Na de rechtszaak werd de controle op extern personeel drastisch aangescherpt:
- Verplichte VOG: Iedereen die de werkvloer opstapt—inclusief stagiairs, vrijwilligers en zzp-ers—moet een actuele Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen die specifiek is afgestemd op het werken met kwetsbare personen.
- De Vergewisplicht: Werkgevers moeten verplicht onderzoek doen naar het arbeidsverleden. Dit betekent dat zij minimaal twee eerdere referenties en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moeten checken vóór de eerste werkdag.
3. Strengere Controle op Medicatiedepots en Insulinepennen
Insuline werd binnen veel verzorgingstehuizen gezien als een ‘alledaags’ medicijn, waardoor de voorraadcontrole minder streng was dan bij zware morfinepreparaten (die onder de Opiumwet vallen).
- Sloten en autorisaties: Sinds de zaak zijn de medicatieruimtes in bijna alle Nederlandse zorginstellingen uitgerust met elektronische sloten en digitale logboeken. Alleen bevoegde verpleegkundigen hebben toegang.
- Sluitende registratie: Elke insulinepen moet strikt gekoppeld zijn aan een specifieke cliënt en een digitaal toedieningssysteem. Zodra er een pen mist zonder registratie, slaat het systeem direct alarm.
4. Cultuurverandering: Praten over het Onschatbare
De grootste winst na de veroordeling van Rahiied A. zit in de veranderde cultuur op de werkvloer. Destijds uitten collega’s wel eens twijfels over het feit dat er ‘opvallend veel incidenten’ gebeurden tijdens de diensten van A., maar hardop uitspreken dat een collega moedwillig cliënten vergiftigt, was een stap te ver.
Tegenwoordig traint de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) instellingen op een open meldcultuur. Vermoedens van medisch misbruik of opvallende reeksen van onverklaarbare ‘suikerdips’ (hypoglykemieën) moeten direct intern én extern gemeld worden, zonder angst voor reputatieschade voor het tehuis.
Het Pieter Baan Centrum (PBC) concludeerde dat Rahiied A. verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een ernstige persoonlijkheidsstoornis met borderline- en narcistische trekken, gekenmerkt door een ziekelijke drang naar erkenning. Het toedienen van insuline diende als middel om een medische crisis te veroorzaken, waarna A. door de reanimatie de rol van ‘held’ zocht om psychische beloning te krijgen. Meer details over de uitspraak zijn te vinden via Rechtspraak.nl. [1, 2, 3]