Collumns

DE COLUMN VAN KEES

Geen politiek persbericht, geen gladgestreken verhaal en vooral geen tekst die eerst langs drie communicatieafdelingen moet voordat er één woord op papier komt.

In De column van Kees kijk ik met een kritische blik naar politiek, zorg, bestuur, maatschappelijke ontwikkelingen en alles wat in de regio of daarbuiten de wenkbrauwen doet fronsen.

Soms met ernst.
Soms met boosheid.
En soms met een flinke dosis satire.

Want achter cijfers, besluiten en beleidsnota’s zitten uiteindelijk gewoon mensen. Mensen die betalen, wachten, zorgen, werken, stemmen en zich soms afvragen: hoe kan dit nou weer?

Daar mag best eens hardop over worden nagedacht.


Geen verhoging, maar indexatie. Vertel dat maar aan de portemonnee.

COLUMN – ZORG EN GELD

Het eigen risico in de zorg gaat in 2027 van €385 naar €400. Geen verhoging, zegt het kabinet. Het is slechts indexatie. Een technisch woord dat vooral geruststellend klinkt.

Maar wie volgend jaar zorg nodig heeft, kijkt waarschijnlijk anders naar die vijftien euro.

De werkelijkheid is namelijk dat de zorg op meerdere fronten duurder wordt. De overheid rekent voor 2027 met een gemiddelde zorgpremie van €169 per maand, €12,50 meer dan in 2026. Dat komt neer op ongeveer €150 extra premie per persoon per jaar. Wie daarnaast het volledige eigen risico gebruikt, is nog eens €15 extra kwijt. (Rijksoverheid)

In totaal: ongeveer €165 per persoon per jaar extra.

Voor een huishouden met twee volwassenen die beiden hun eigen risico volledig gebruiken, kan dat oplopen tot ongeveer €330 extra per jaar, alleen al door premie en eigen risico. (Zorgwijzer)

Indexatie of verhoging?

Daar zit precies de politieke en maatschappelijke discussie.

Het kabinet zegt terecht dat de stijging naar €400 voortvloeit uit de wettelijke indexatie. Het bedrag van het eigen risico is jarenlang bevroren geweest en gaat nu weer meestijgen met de ontwikkeling van de zorgkosten. (Rijksoverheid)

Maar voor de burger is het onderscheid betrekkelijk simpel.

In 2026 betaal je maximaal €385.
In 2027 betaal je maximaal €400.

Noem het indexatie, aanpassing of herijking. De rekening blijft een rekening.

En dan de premie

Misschien is juist dát het grotere verhaal.

De totale zorguitgaven lopen volgens de Miljoenennota in 2027 op naar €118 miljard. Hogere lonen en prijzen spelen daarbij een belangrijke rol. (Rijksoverheid)

De zorg wordt daarmee niet alleen duurder voor de overheid, maar uiteindelijk ook voor burgers.

En daar ontstaat een ongemakkelijke vraag:

Wanneer wordt goede zorg voor gewone huishoudens te duur?

Want iemand die gezond is en nauwelijks zorg gebruikt, merkt vooral de hogere premie. Maar iemand die chronisch ziek is, regelmatig naar het ziekenhuis moet, medicijnen gebruikt of andere zorg nodig heeft, krijgt de rekening veel nadrukkelijker op de mat.

Die mensen kunnen hun zorggebruik immers niet zomaar aanpassen.

Zorg mijden omdat het geld kost

Daar zit misschien wel het grootste risico.

Een behandeling uitstellen. Een bezoek aan de specialist nog maar even niet maken. Medicijnen niet ophalen. Eerst nadenken of die rekening wel uitkomt.

Dat is precies de verkeerde ontwikkeling voor een zorgstelsel dat toegankelijk moet zijn.

Het kabinet stelt daar tegenover dat een hoger eigen risico kan helpen om de zorgpremie te beperken. Tegelijkertijd stijgt de premie in 2027 juist fors. (Rijksoverheid)

En dus blijft de vraag overeind:

Wat schiet de burger uiteindelijk op met een zorgstelsel waarin zowel de premie als het eigen risico stijgt?

€400 klinkt misschien niet dramatisch

Vijftien euro.

Dat klinkt niet als een bedrag waar Nederland wakker van moet liggen.

Maar vijftien euro hier, een hogere premie daar, duurdere boodschappen, hogere woonlasten en stijgende energie- en andere vaste lasten: het zijn juist de stapelingen die huishoudens voelen.

Voor mensen met een ruim inkomen is €15 misschien een voetnoot.

Voor iemand die iedere maand moet rekenen of het geld tot het einde van de maand meegaat, is het een ander verhaal.

De ironie van de indexatie

Dus ja: formeel is €400 geen nieuwe politieke verhoging van het eigen risico. Het is indexatie.

Maar misschien moeten we oppassen dat we de werkelijkheid niet verstoppen achter technische woorden.

Want de Nederlander betaalt uiteindelijk niet met indexatie.

Die betaalt met euro’s.

En de vraag die boven 2027 hangt, is daarom niet alleen hoe hoog wordt het eigen risico?

De echte vraag is:

Kunnen we straks nog zeggen dat de Nederlandse zorg voor iedereen betaalbaar en toegankelijk is?

Want zorg die op papier voor iedereen beschikbaar is, maar waarvoor mensen vanwege de kosten wegblijven, is misschien wel verzekerd — maar nog niet werkelijk toegankelijk.


Deel 1: De LinkedIn / Medium Introductiepost

De SEO-industrie is doodziek en AI trekt nu definitief de stekker eruit. 🤖💥

Laten we eerlijk zijn: het Nederlandse internet is veranderd in een moeras van eenheidsworst. Jarenlang hebben we geschreven voor algoritmes in plaats van voor mensen. Het resultaat? Pagina’s vol herkauwde informatie, zielloze ‘wat is…’-kopjes en goedkope AI-teksten die puur zijn gemaakt om clicks te kapen.

Maar de grote SEO-zuivering is begonnen. Google straft oppervlakkige content harder af dan ooit, en AI-zoekmachines veranderen de spelregels compleet.

De luie optimaliseerder heeft een probleem. Maar voor kwaliteitsmakers en merken met een écht verhaal is dit de kans van de eeuw. De toekomst van vindbaarheid draait niet om trucjes, maar om ouderwetse expertise en thematische autoriteit.

Benieuwd waarom het einde van de traditionele SEO juist de redding van ons internet is? Lees mijn volledige scherpe analyse hieronder. 👇

#SEO #AI #ContentMarketing #DigitalMarketing #Journalistiek


Deel 2: Het Volledige Opiniestuk

De grote SEO-zuivering: Waarom het einde van de klikhit de redding van het internet is

We moeten het even hebben over de tragische staat van het Nederlandse internet. Wie vandaag de dag Google opent om te zoeken naar een bruikbaar advies, een eerlijke review of een simpel stappenplan, belandt in een digitaal moeras van eenheidsworst. Jarenlang is ons internet gegijzeld door een leger van SEO-specialisten, content-boeren en link-handelaars. Hun verdienmodel? Het internet volstorten met zielloze teksten, puur om een algoritme te behagen.

Het resultaat is een online cultuur waarin iedereen dezelfde geoptimaliseerde koppen gebruikt, dezelfde plichtmatige subkopjes invult en exact dezelfde oppervlakkige antwoorden herkauwt. We schrijven niet meer voor de lezer; we schrijven voor de robot.

Maar er is goed nieuws voor de internetgebruiker, en paniek in de marketingbureau’s: de machine begint zijn eigen creatie uit te spugen.

Met de definitieve doorbraak van AI-zoekmachines en Google’s ingrijpende updates, klapt de val dicht voor de luie optimaliseerder. De tijd dat je met duizend goedkope AI-gegenereerde tekstjes en een handvol gekochte linkjes op een obscure startpagina de top van de zoekresultaten kon kapen, is definitief voorbij. Google eist nu wat kwaliteitsjournalisten al eeuwen leveren: echte expertise, originele invalshoeken en feitelijke autoriteit. Teksten die geschreven zijn door mensen, vóór mensen.

Dit is geen crisis; dit is een broodnodige correctie. De industrie die groot werd door het automatiseren van taal, dwingt ons nu om terug te keren naar de kern van communicatie: waarde toevoegen. Wie overleeft deze grote SEO-zuivering? Niet de bureaus die beloven dat je binnen een maand op nummer één staat met een ‘geoptimaliseerd blogbericht’. Wel de merken, makers en media die daadwerkelijk iets te vertellen hebben.

De toekomst van vindbaarheid ligt niet in het omverwerpen van het algoritme, maar in het claimen van échte thematische autoriteit. Bedrijven die investeren in diepgravend onderzoek, unieke data en echte experts worden de nieuwe ankers van het web. De beste SEO-strategie voor de toekomst is daarom verrassend analoog: stop met het pleasen van de zoekmachine en begin met het serieus nemen van je publiek. Want als je content net zo goed door een AI geschreven had kunnen worden, waarom zou een zoeker dan nog naar jouw website navigeren?

De Nieuwe Spelregels

Hoe overleef je dus deze grote SEO-zuivering? Het antwoord is even simpel als uitdagend: door te stoppen met het bouwen van landingspagina’s en te beginnen met het bouwen van een merk.

De nieuwe spelregels voor een toekomstbestendige digitale strategie vragen om drie radicale verschuivingen in je aanpak:

  1. Vervang zoekwoorden door klantsyndromen: Richt je niet langer op losse zoektermen met het hoogste zoekvolume. Analyseer de échte, dieperliggende problemen van je doelgroep. Welke unieke expertise bezit jouw organisatie die een AI nooit uit een database kan trekken?
  2. Kwaliteit over kwantiteit (E-E-A-T): Eén diepgaand, door een specialist geschreven artikel met eigen data, interviews of praktijkervaring is waardevoller dan vijftig snelle AI-blogs. Google beloont originele bronnen; de herkauwers worden weggestreept.
  3. Bouw een onafhankelijk publiek: De ultieme SEO-verzekering is een bezoeker die direct naar jouw website typt omdat ze je vertrouwen. Gebruik organische vindbaarheid om te bouwen aan je eigen kanalen, zoals een sterke nieuwsbrief of een actieve community.

Het tijdperk van de makkelijke klikhit is voorbij. En dat is het beste wat het internet — en jouw business — had kunnen overkomen. Welkom terug in de realiteit, waar kwaliteit eindelijk weer wint.


Prinsjesdag 2026: wie kan de zorg straks nog betalen?

De Troonrede is uitgesproken. De plannen voor 2027 liggen op tafel. Maar voor veel Nederlanders blijft vooral één vraag hangen: kunnen we onze zorg straks nog betalen?

De vooruitzichten zijn weinig hoopgevend. De zorgpremie dreigt opnieuw te stijgen, met naar verwachting zo’n €12,50 per maand. Tegelijkertijd gaat het verplichte eigen risico volgens de kabinetsplannen van €385 naar €400.

Opnieuw wordt de burger geconfronteerd met hogere zorgkosten.

En ondertussen blijft Den Haag vasthouden aan een zorgstelsel waarin marktwerking een belangrijke rol speelt. Terwijl de betaalbaarheid steeds verder onder druk komt te staan, wordt nauwelijks de fundamentele vraag gesteld: moeten we de zorg niet anders organiseren?

Want achter de miljarden uit de begroting zit een steeds groter maatschappelijk probleem: zorgmijding.

Mensen die een bezoek aan de huisarts, specialist of tandarts uitstellen omdat zij bang zijn voor de rekening. Niet omdat zij geen zorg willen, maar omdat hun financiële ruimte simpelweg ontbreekt.

Dat is een gevaarlijke ontwikkeling.

Wie noodzakelijke zorg uitstelt, kan uiteindelijk zieker worden. En wat vandaag nog relatief eenvoudig en betaalbaar kan worden behandeld, kan morgen een veel groter probleem worden.

Zelfs DSW, traditioneel de eerste zorgverzekeraar die zijn nieuwe premie bekendmaakt, heeft meer tijd nodig. De onzekerheid rond de politieke besluitvorming laat zien hoe ingewikkeld de situatie inmiddels is.

Toch lijkt Den Haag vooral verder te rekenen aan premies, eigen risico en miljardenbudgetten.

Maar ergens houdt het rekenen op.

Een zorgstelsel kan financieel sluitend zijn op papier, maar falen zodra mensen de zorg niet meer kunnen betalen.

De echte vraag na Prinsjesdag is daarom niet alleen hoeveel de zorg in 2027 gaat kosten.

De echte vraag is:

Hoeveel Nederlanders kunnen die zorg straks nog betalen?

Dat antwoord zou Den Haag veel meer zorgen moeten baren dan een begroting die op papier klopt.


Column | Den Haag heeft een bijzondere definitie van ‘zorg’

Welkom in Den Haag, het land waar bezuinigen tegenwoordig ‘hervormen’ heet en waar een tekort aan zorgpersoneel blijkbaar wordt opgelost door nog wat taken bij hetzelfde personeel neer te leggen.

De Algemene Politieke Beschouwingen zijn begonnen. Twee dagen lang praten politici over de toekomst van Nederland. Twee dagen! Dat is ongeveer net zo lang als een gemiddelde wachttijd op een specialist.

Klaver zegt: niet meewerken aan afbraak. De SP wil weten of er akkoord wordt gegaan met bezuinigingen op de zorg en salarissen van zorgmedewerkers. En ondertussen zit Paternotte klaar om namens D66 het politieke ballet voort te zetten.

Het recept uit Den Haag is inmiddels vertrouwd:

Stap één: constateer dat de zorg vastloopt.
Stap twee: benoem een commissie.
Stap drie: maak een plan.
Stap vier: bezuinig.
Stap vijf: verbaas je erover dat de zorg nog verder vastloopt.

En als het echt spannend wordt, krijgt de zorgmedewerker een compliment.

‘Wat zijn jullie toch onmisbaar.’

Dat klopt. En juist daarom is het nogal bijzonder om vervolgens aan hun arbeidsvoorwaarden te gaan sleutelen.

Maar geen zorgen.

De patiënt kan straks gewoon rekenen op digitale zorg, zelfredzaamheid en een handige app.

Alleen jammer dat een app geen hand vasthoudt.

En geen nachtdienst draait.

En al helemaal geen mens is.

Den Haag praat over de zorg alsof het een Excel-bestand is. De werkelijkheid ligt ondertussen gewoon in bed.


De zorg wordt duurder. De patiënt betaalt. En Den Haag noemt het beleid.

Daar gaan we weer. De zorgpremie stijgt in 2027 met €12,50 per maand naar gemiddeld €169. Het verplichte eigen risico gaat bovendien van €385 naar €400. De totale zorguitgaven lopen op naar €118 miljard.

En wat doet Den Haag?


Een beetje compenseren met zorgtoeslag en vervolgens vooral hopen dat niemand te hard vraagt waarom de zorg ieder jaar duurder wordt.

Want marktwerking zou de zorg toch efficiënter maken?

Concurrentie tussen verzekeraars zou zorgen voor scherpere prijzen.

De patiënt zou centraal staan.

Nou, die patiënt staat inderdaad centraal.

Centraal bij de kassa.

Want wie ziek wordt, betaalt premie. Wie vervolgens daadwerkelijk zorg nodig heeft, betaalt eigen risico. En wie pech heeft, krijgt daar soms nog eigen bijdragen en aanvullende verzekeringen bovenop.

Maar ondertussen blijft de politieke reflex dezelfde: de rekening omhoog en de uitleg erachteraan.

Natuurlijk kost goede zorg geld. Natuurlijk stijgen lonen en prijzen. Dat erkent zelfs het kabinet.

Maar dat ontslaat de politiek niet van de plicht om eens snoeihard te kijken naar de vraag waar iedere zorg-euro blijft.

Hoeveel gaat daadwerkelijk naar de patiënt?

Hoeveel verdwijnt in administratie, bureaucratie, indicaties, controles, management en eindeloze onderhandelingen tussen zorgaanbieders en verzekeraars?

Daar hoor je opvallend weinig over.

Wel horen we ieder jaar hetzelfde mantra: de zorg is duurder geworden.

Maar een systeem dat steeds meer geld nodig heeft en ondertussen de burger steeds dieper in de portemonnee laat grijpen, verdient geen applaus. Het verdient een grondige inspectie.

En kabinet?

Stop met de patiënt te behandelen als sluitpost van de begroting.

Zorg is geen verdienmodel. Het is een publieke verantwoordelijkheid.

De rekening blijft nu bij dezelfde persoon liggen.

**De patiënt.**

D66 CDA VVD Henri Bontenbal


FNV trekt de portemonnee van werkgevers open

De cao-onderhandelingen kunnen beginnen. FNV zet hoog in en vraagt 5,5 procent loonsverhoging, plus automatische prijscompensatie én nog eens 80 euro bruto per maand extra.

Want als de boodschappen, energie en huur stijgen, zo redeneert de vakbond, mag het salaris natuurlijk niet gezellig achterblijven.

Vooral de lagere inkomens moeten er volgens FNV relatief op vooruitgaan. Een nobel streven — al zal menig werkgever bij het lezen van de looneis waarschijnlijk eerst even diep ademhalen en daarna voorzichtig naar de calculator grijpen.

En dan is er nog AI. De werknemer hoeft volgens FNV niet alleen beschermd te worden tegen inflatie, maar ook tegen de robot die straks mogelijk zijn bureau overneemt.

Kortom: de werkgever mag meer betalen, de werknemer moet meer krijgen en de kunstmatige intelligentie mag vooral niet met de buit aan de haal gaan.

De cao-tafel belooft daarmee alvast een interessant gesprek te worden. De koffie staat klaar. De onderhandelaars waarschijnlijk ook.Activeer om grotere afbeelding te bekijken,


Ziek zijn mag straks minder kosten. Maar geldt dat ook voor Den Haag?

We zijn in Nederland weer druk aan het rekenen.

Een werkgever die een werknemer twee jaar moet doorbetalen bij ziekte: dat vinden we misschien wel erg lang. Minister Aartsen onderzoekt daarom scenario’s om de duur en hoogte van de loondoorbetaling aan te passen. De Kamer heeft daar inmiddels ook expliciet om gevraagd.

En eerlijk is eerlijk: voor een kleine ondernemer kan twee jaar loondoorbetaling een enorme last zijn.

Maar terwijl Den Haag de portemonnee van de ondernemer en werknemer tegen het licht houdt, bekruipt mij een andere gedachte.

Zullen we het dan meteen eens hebben over de portemonnee van politici?

Want ook daar valt best wat aan te sleutelen.

Voor 2026 staat op de begroting van de Tweede Kamer ruim €45 miljoen voor uitgaven aan Kamerleden en oud-Kamerleden. Daarvan is ruim €14 miljoen begroot voor pensioenen en wachtgelden.

En daar zit precies de gevoeligheid.

Een gewone werknemer krijgt te horen dat de WW-regels steeds verder veranderen. Wie zijn baan kwijtraakt, moet opnieuw solliciteren, zich verantwoorden en vooral niet te lang afhankelijk blijven van de sociale zekerheid.

Voor politici bestaat ondertussen een aparte wachtgeldregeling.

Dat verschil is zo groot dat Kamerlid Jimmy Dijk dit jaar nog voorstelde om de duur en hoogte van het wachtgeld voor Kamerleden en ministers gelijk te trekken met de gewone WW. Die motie werd echter verworpen: 37 Kamerleden stemden voor, 113 tegen.

En daar wringt het.

Als we vinden dat sociale zekerheid soberder moet, begin dan niet uitsluitend bij de werknemer die ziek wordt.

Kijk ook naar jezelf.

Laat politici, net als iedereen, uitleggen waarom hun regeling noodzakelijk is. Kijk kritisch naar salarissen, wachtgeld, vergoedingen en pensioenvoorzieningen.

Want het is nogal gemakkelijk om tegen een werknemer te zeggen: we moeten allemaal wat inleveren.

Dat verhaal wordt een stuk geloofwaardiger als degene die het vertelt zelf ook bereid is iets in te leveren.

Solidariteit werkt namelijk twee kanten op.

En misschien is dat wel de belangrijkste vraag die Den Haag zichzelf moet stellen:

Als er minder geld is voor de gewone Nederlander, waarom zou Den Haag dan als eerste uitzondering moeten blijven?


Vroeger aten we stoofpotjes. Tegenwoordig stoppen we alles in de doofpot.

Van stoofpot naar doofpot: Nederland heeft een nieuw nationaal recept.

Vroeger was Nederland een land van stoofpotjes. Je zette een pan op het vuur, gooide er aardappels, wortels, vlees en ui in, deksel erop en lekker laten pruttelen. En aan het einde van de dag wist je precies wat erin zat.

Tegenwoordig doen we dat toch een beetje anders. We gooien alles in één pan, sluiten de deksel hermetisch af en stellen daarna een commissie in om te onderzoeken wie de deksel erop heeft gedaan.

Want we zijn inmiddels behoorlijk goed geworden in doofpotjes. Er gaat iets mis? Eerst maar eens onderzoeken. Een schandaal? Daar komt een commissie voor. Een kritisch rapport? Dat gaan we natuurlijk zorgvuldig bestuderen. En heb je een lastige vraag? Dan schuiven we die gewoon door naar iemand die er officieel niet over gaat.

Dan blijkt diegene ergens verdwenen te zijn tussen drie afdelingen, twee woordvoerders en een beleidsnotitie.

Daarbij hebben we in Nederland prachtige woorden uitgevonden voor dingen die we liever niet gewoon bij hun naam noemen. We noemen iets geen probleem, maar een aandachtspunt. Geen fout, maar een ongelukkige samenloop van omstandigheden. En wanneer er echt iets goed mis is gegaan, spreken we graag over een leerzaam proces.

Dat klinkt toch een stuk gezelliger dan: “Dit had je met een beetje gezond verstand toch ook wel kunnen bedenken.”

Ook voor de afhandeling hebben we een heel repertoire. Eerst volgt er een onderzoek. Daarna komt er een evaluatie. Vervolgens wordt het rapport besproken en gaat het naar een commissie. En tegen de tijd dat er eindelijk een conclusie ligt, is iedereen alweer druk met het volgende probleem. Handig. Het deksel kan weer dicht.

Soms vraag je je af of we niet gewoon een enorme voorraad deksels hebben liggen. Voor iedere situatie eentje. Een klein dekseltje voor een ongemakkelijke vraag, een middelgroot exemplaar voor een bestuurlijke blunder en een extra stevige voor wanneer er meerdere partijen betrokken zijn. Ergens in een Haagse kelder staat vast een magazijn met het bordje: DOOFPOTTEN – ALLE MATEN.

Want mensen hebben geduld. Eerst willen ze weten wat er is gebeurd. Daarna wachten ze op het onderzoek. Vervolgens wachten ze op de uitkomst. Dan wachten ze op de reactie op die uitkomst. En uiteindelijk zijn ze vooral blij als er überhaupt nog iemand weet waar het over ging.

Misschien moeten we daarom onze nationale keuken maar eens aanpassen. Geen hutspot meer. Geen stamppot. Geen stoofpot. Die ouderwetse gerechten zijn veel te transparant. Je kunt gewoon zien wat erin zit.

Nee, laten we voortaan één nationaal gerecht serveren: de doofpot. Met een flinke scheut bureaucratie, een snufje bestuurlijke verantwoordelijkheid en als garnering een keurige persverklaring. Serveren met gesloten deksel.

En als iemand vraagt wat erin zit?

“Dat weten we nog niet. Maar het onderzoek naar de inhoud van de doofpot is inmiddels gestart.


COLUMN | De benzinepomp als pinautomaat van de overheid

Welkom in Nederland, het land waar autorijden steeds meer een luxeproduct wordt en de benzinepomp langzaam verandert in een financiële instelling.

Vandaag staat de landelijke adviesprijs voor Euro95 op ongeveer €2,666 per liter: een nieuw record. En wie denkt dat dit alleen maar een verhaal van olie en oorlog is, moet vooral even naar de achterkant van de kassabon kijken.

Want daar staat de Nederlandse overheid vrolijk mee te tanken.

Volgens UnitedConsumers bestaat de huidige benzineprijs voor ongeveer 32 procent uit accijns en 17 procent uit btw. Met andere woorden: voordat de auto überhaupt een meter heeft gereden, heeft Den Haag al een behoorlijke rit gemaakt.

En dan komt het mooie: kijk eens over de grens

De Nederlander krijgt al jaren hetzelfde advies: koop lokaal, steun de Nederlandse economie, wees solidair.

Prima.

Maar zodra je bij de Nederlandse pomp staat, blijkt solidariteit vooral eenrichtingsverkeer.

Op 2 september ligt de gemiddelde E10-prijs volgens actuele prijsdata rond €2,36 in Nederland, €2,21 in Duitsland en €1,97 in België.

Dus de Nederlandse automobilist kijkt naar België en Duitsland en denkt:

“Zal ik hier tanken… of zal ik mijn tankdop meenemen naar het buitenland?”

Dat is natuurlijk precies wat er gebeurt.

In maart werd al gemeld dat Nederlanders massaal de grens overgingen om goedkoper te tanken; in België kon het verschil zelfs oplopen tot tientallen centen per liter.

De Haagse logica

Politiek Nederland heeft daar ongetwijfeld een keurige verklaring voor.

De benzine is duur omdat de olie duur is.

De olie is duur door geopolitieke spanningen.

Geopolitieke spanningen zijn ingewikkeld.

En dus…

moet de Nederlander vooral zijn portemonnee openen.

Maar vreemd genoeg blijkt de grens een wonderlijk economisch medicijn.

Rijd je een paar kilometer Duitsland in, dan blijkt dezelfde auto ineens een stuk goedkoper te kunnen tanken. België doet er nog een schepje bovenop.

Dat noemen we in Den Haag waarschijnlijk geen belastingvlucht.

Dat noemen we vermoedelijk grensoverschrijdende mobiliteit.

De automobilist als melkkoe

Nederland heeft een bijzondere relatie met automobilisten.

We willen minder auto’s.

Maar ondertussen bouwen we wegen waar je met de auto overheen moet.

We willen minder uitstoot.

Maar maken autorijden duurder voor mensen die niet altijd een realistisch alternatief hebben.

We willen de economie stimuleren.

Maar laten ondernemers, transporteurs en werknemers steeds dieper in de brandstofrekening kijken.

En als de automobilist vervolgens naar Duitsland rijdt om daar zijn tank vol te gooien?

Dan kijken we verbaasd.

“Hoe kan dat nou?”

Nou… misschien omdat een Nederlander inmiddels kan rekenen.

En de politiek?

Die kijkt waarschijnlijk tevreden naar de cijfers.

Want accijns is prachtig spul.

Je hoeft er geen fabriek voor te bouwen.

Je hoeft er geen personeel voor aan te nemen.

Je hoeft er geen reclamecampagne voor te voeren.

Je zet gewoon een bedrag op iedere liter.

En als de olieprijs stijgt?

Dan stijgt de btw automatisch mee met de hogere consumentenprijs.

De ideale werknemer: de benzinepomp. Hij werkt 24 uur per dag en stuurt zijn salaris rechtstreeks naar de schatkist.

En daar bovenop komt de grote politieke paradox.

De overheid zegt dat we moeten verduurzamen en minder afhankelijk moeten worden van fossiele brandstoffen. Prima.

Maar zolang miljoenen Nederlanders voor hun werk, zorg, familie, mantelzorg en dagelijks leven afhankelijk zijn van een auto, kun je niet doen alsof iedereen morgen vrolijk op een elektrische bakfiets naar zijn werk kan.

Misschien moet Den Haag eens tanken bij de buren

Niet letterlijk natuurlijk.

Maar wel figuurlijk.

Kijk eens hoe Duitsland, België en andere Europese landen omgaan met de brandstofrekening. De ANWB wijst er bijvoorbeeld op dat de Nederlandse brandstofaccijnzen hoger liggen dan die van Duitsland en België.

Misschien wordt het tijd voor een andere vraag.

Niet:

“Hoeveel kunnen we nog uit iedere liter benzine halen?”

Maar:

“Hoe zorgen we ervoor dat werken, ondernemen en leven in Nederland betaalbaar blijft?”

Want er is iets pijnlijk ironisch aan een land dat zijn burgers vertelt dat ze vooral moeten verduurzamen, terwijl diezelfde burgers ondertussen over de grens rijden om goedkoper te tanken.

De Nederlandse benzinepomp heeft inmiddels een nieuw nationaal record bereikt.

Niet alleen in prijs.

Maar misschien ook in politieke symboliek.

Want voor €2,666 per liter tank je tegenwoordig niet alleen je auto vol. Je tankt ook een flinke dosis accijns, btw en Haagse beleidsambitie mee.

En voor wie dat allemaal te duur vindt?

De grens staat open.

Dat is misschien wel het enige Nederlandse overheidsloket waar momenteel geen toeslag op zit.


🗣️ Wie praat er zijn mond voorbij?

Prinsjesdag moet nog komen, maar de glazen bol staat al op tafel. Terwijl de coalitiepartijen hun begrotingsakkoord kennelijk nog even binnenskamers wilden houden, ligt een flink deel ervan inmiddels gewoon op straat.

En dan rijst natuurlijk de journalistieke vraag: wie kon zijn mond niet houden?

Want er is nogal wat uitgelekt. De bezuinigingen op de sociale zekerheid zouden grotendeels van tafel zijn, de zorg krijgt later een financiële tik van €1,5 miljard en hogere inkomens mogen rekenen op een extra belastingrekening van ongeveer €750 miljoen. Ondertussen worden de politieke schaakstukken alvast verschoven om een meerderheid veilig te stellen.

Toeval? Natuurlijk. 😉

Of toch niet?

Misschien krijgt de geheimzinnige lekker straks wel een mooie Haagse beloning: een glimlach, een schouderklopje en de geruststelling dat hij of zij volgend jaar weer gezellig mag aanschuiven bij het overleg.

En mocht iemand vragen wie er gelekt heeft?

Dan weten we van niets.

Maar één ding is duidelijk: in Den Haag is een geheim soms net als een ballon.

Je hoeft hem alleen maar los te laten om te ontdekken waar hij terechtkomt. 🎈